Powervrouwen uit de vroegmoderne tijd

Vijf lezingen over opmerkelijke vrouwen uit de 16e tot 18e eeuw.

Locatie: Auditorium van de Musea Zutphen aan het ‘s Gravenhof te Zutphen.
Tijdstip Lezingen: 14.00 – 15.30 uur. Inloop vanaf 13.30 uur
Kosten: per lezing €25,00, inclusief koffie, thee en water.
Data: 29 oktober, 5, 12 en 26 november, en 3 december 2026.
Aanmelding lezingen Vrouwen uit vroegmoderne tijd


Lezing  donderdag  29 oktober 2026:

dr. Margriet Hoogvliet en Iris Blokker

‘Coopvrouwen’ en kaartenmaaksters Anna Beek, Colette van den Keere, Catharina Buijs en hun vrouwelijke collega’s

Boek over leven en werk van de succesvolle kaartenuitgever Anna Beek 1657-1717
Veel mensen denken dat vrouwen niet kunnen kaartlezen omdat ze geen ruimtelijk inzicht zouden hebben. Daarom verwachten ze niet dat vrouwen in het verleden op allerlei manieren meewerkten aan het maken van kaarten. En dat was wel degelijk het geval. Tijdens de late zestiende, zeventiende en achttiende eeuw was Nederland en vooral de stad Amsterdam, een belangrijk centrum van de productie van kaarten, atlassen en globes. Recent onderzoek heeft laten zien dat vroegmoderne vrouwen vaak meewerkten in het familiebedrijf en dat vooral weduwes soms heel succesvolle zakenvrouwen waren. We vinden hetzelfde patroon terug bij het kaartenbedrijf. In de archieven vinden we soms sporen van het meewerken van getrouwde vrouwen aan het maken, drukken en uitgeven van kaarten. Maar het zijn vooral een aantal weduwes die als zelfstandige ‘coopvrouwen’ een uitgeverij van kaarten leidden. In het eerste deel zal Margriet Hoogvliet een aantal vroegmoderne Amsterdamse vrouwen bespreken die kaarten maakten en verkochten, zoals Catharina Buijs (1714-1781) die 26 jaar lang de officiële ‘caartenmaakster’ was van de Amsterdamse kamer van de VOC. In het tweede deel zal Iris Blokker, auteur van het recente boek ‘Anna Beek | Coopvrouwe van konst en de kaerten’, dieper ingaan op het leven en werk van deze kaartenmaakster uit Den Haag.

Margriet Hoogvliet is sinds 2023 Jansonius conservator bij het Allard Pierson in Amsterdam. Ze promoveerde op een proefschrift over wereldkaarten in tekst en beeld en was eerder onderzoeker op het gebied van religieuze geletterdheid en leescultuur in de late middeleeuwen, met projecten als Cities of Readers en Broeders 3D. Ze werkte ook als Marie Skłodowska-Curie fellow in Tours en Orléans, waar ze de sociale en ruimtelijke aspecten van religieus lezen onderzocht. Bij het Allard Pierson houdt ze zich bezig met digitale cartografische toepassingen, dekolonisatie, meerstemmigheid, Critical Data Studies en vrouwelijke cartografen. In 2027 heeft ze een fellowship van the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS) om te werken aan een publicatie over vrouwelijke cartografen.
Iris Blokker (1996) is kunsthistorica, gespecialiseerd in werken op papier en de rol van vrouwen tijdens de vroegmoderne periode. Op dit moment is ze werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij Teylers Museum in Haarlem. Tijdens een fellowship bij het Allard Pierson in Amsterdam deed ze onderzoek naar de vrouwelijke uitgever Anna Beek. Eerder werkte ze als wetenschappelijk medewerker bij het Rijksmuseum in Amsterdam en als junior conservator bij het Centraal Museum in Utrecht. Ze studeerde kunstgeschiedenis en volgde de duale master Curating Art and Cultures aan de Universiteit van Amsterdam.

Lezing donderdag 5 november 2026:

dr. Marieke van Delft

Maria Sybilla Merian, kunstenaar, wetenschapper, onderzoeker


Maria Sybilla Merian, 1647-1717

In de lezing ‘Maria Sibylla Merian: kunstenaar en wetenschapper in Duitsland, Nederland en Suriname’ bespreekt Van Delft het bijzondere leven en het prachtige werk van Maria Sibylla Merian.
Ze werd in Frankfurt geboren in een kunstenaarsgezin. Haar vader Matthäus Merian de Oude was uitgever en prent-kunstenaar. Hij overleed toen ze drie jaar oud was, maar haar broers en stiefvader leerden haar tekenen en etsen. Ze trouwde met een leerling van haar vader, Johann Andreas Graff. Samen met hem gaf ze haar eerste werken uit. Van jongsafaan was ze geïntrigeerd geweest door de metamorfose van rupsen tot vlinders en maakte ze daar studie van. Dat leidde tot de publicatie van Raupen wunderbare Verwandelung und sonderbare Blumen-nahrung (1674). In 1685 sloot Merian zich met haar dochters en moeder aan bij een religieuze gemeenschap in Wieuwerd, de Labadisten. Haar huwelijk strandde. Zes jaar later trok ze naar Amsterdam. Daar zag ze de grote en bijzondere vlinders uit Suriname waarop ze besloot naar Suriname te gaan. Twee jaar lang bestudeerde ze daar als één van de eerste westerlingen de vlinders en planten. Terug in Nederland werkte ze haar notities uit tot het prachtwerk Metamorphosis Insectorum Surinamensium (1705). Ze kreeg veel bekendheid in kringen van wetenschappers en verzamelaars. In 1717 overleed ze in Amsterdam.

Dr. Marieke van Delft is (boek) historicus. Ze werkte ruim veertig jaar bij de KB, nationale bibliotheek van Nederland, de laatste veertien jaar als conservator oude drukken. Ze publiceerde verscheidene boeken waaronder een facsimile van het hoofdwerk van Maria Sibylla Merian, Metamorphosis insectorum Surinamensium en Maria Sibylla Merian. Changing the Nature of Art and Science. Recent publiceerde ze het boek Nederland Waterland.
In de lezing ‘Maria Sibylla Merian: kunstenaar en wetenschapper in Duitsland, Nederland en Suriname’ bespreekt Van Delft het bijzondere leven en het prachtige werk van Maria Sibylla Merian (1647-1717). Zoals al uit de titel blijkt trok Merian van Duitsland naar Nederland. Vandaaruit ging ze onderzoek doen in Suriname als één van de eerste westerlingen. Zij gaat in op haar methode en het belang van Merian voor de biologie toen en nu.

Lezing donderdag 12 november 2026:

dr. Gerdien Verschoor

Gesina ter Borch


Gesina ter Borch, 1631-1690
‘Mee met Gesina’ Gesina ter Borch (1631–1690) was een Nederlandse kunstenares uit Zwolle. Ze is vooral bekend om haar tekeningen en aquarellen, die ze vaak maakte in albums. Daarin legde ze het dagelijks leven vast: familieleden, mode, feesten, maar ook persoonlijke momenten zoals rouw en ziekte.
Hoewel Gesina geen beroepsschilder was, laten haar werken een scherp oog en veel gevoel zien. Ze combineerde beeld en tekst, bijvoorbeeld gedichten bij haar tekeningen, waardoor haar werk heel persoonlijk wordt. Tegenwoordig wordt ze gewaardeerd als een belangrijke vrouwelijke stem in de zeventiende-eeuwse Nederlandse kunst.
Gesina bewaarde ook de familiecollectie prenten en tekeningen van de familie Ter Borch. Deze ateliernalatenschap van het gezin, bestaande uit albums, schetsboeken, documenten en bijna zevenhonderd losse tekeningen, bleef generaties lang in de familie. Daardoor bleef de collectie vrijwel in zijn geheel intact. De collectie geeft een uniek inzicht in de werkmethoden, wijzen van onderricht, smaak van verzamelen en reacties op eigentijdse kunst van een kunstzinnige, welgestelde familie uit de Gouden Eeuw. Dat de familienalatenschap bewaard is gebleven, is te danken aan de zorg waarmee Gesina de collectie heeft beheerd. De nalatenschap is ondergebracht bij het Rijksmuseum.
In deze lezing neemt Gerdien Verschoor je mee in het leven en werk van Gesina ter Borch en de familieverhalen die zij doorgaf aan toekomstige generaties.
Gerdien Verschoor is schrijver, kunsthistoricus, en adviseur op het gebied van kunst en erfgoed. Naast kunsthistorische publicaties schrijft ze romans, korte verhalen en non-fictie. In 2025 werkte ze in opdracht van Museum de Fundatie mee aan de tentoonstellingscatalogus Thuis bij Ter Borch. Ook publiceerde ze samen met historicus Jan van de Wetering Geboren voor de kunst. De getekende levens van de familie Ter Borch, dat verscheen bij uitgeverij Waanders.

Lezing donderdag 26 november 2026:

Thera Coppens

Belle van Zuylen, rebel, schrijfster, componiste


Belle van Zuylen, 1740-1805

Belle van Zuylen (1740-1805) : Je suis maîtresse de moi- même
Op 20 oktober 1740 werd Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken geboren op Slot Zuylen aan de Vecht. Belle beoefende als kind van de Verlichting een groot aantal wetenschappen.  Ze correspondeerde met schrijvers en componisten. Door haar vrijmoedige gedrag  wierp deze powervrouw een smet op de familie van Tuyl.
De bel esprit van Utrecht koesterde een langdurige liefde voor de gehuwde Constant d’ Hermenches met wie zij een langdurige, geheime correspondentie voerde.
In haar anonieme roman Le Noble dreef ze de spot met de adel. De vrouwelijke  hoofdpersoon  ontsnapt uit het verstikkende milieu en laat zich door haar geliefde schaken.  Het boek veroorzaakte een schandaal.
Ze wees vele huwelijkskandidaten af zoals de Schotse biograaf James Boswell. Tenslotte trouwde  ze met de eenvoudige, Zwitserse huisleraar Charles-Emmanuel de Charrièr. Het huwelijk werd geen succes. Het echtpaar verhuisde naar Colombier in Zwitserland.
Als Madame de Charrière verwierf ze ten tijde van de Franse Revolutie faam  met haar brieven, romans, libretto’s en poëzie. Pas op latere leeftijd besefte ze dat ze alleen op Slot Zuylen het geluk had gekend. In 1805 is ze in Zwitserland overleden.

Thera Coppens heeft veel historische boeken op haar naam staan zoals Suzanne en Edouard Mannet, Hortense de vergeten koningin van Holland en Sophie in Weimar. Ze publiceerde in het NRC, werkte lange tijd voor Vitrine/Museumtijdschrift en het Geschiedenis Magazine. In Nouveau schreef ze ruim tachtig korte biografieën over historische vrouwen, zoals Belle van Zuylen (gebundeld in Petite Histoire). Voor de gasten van haar Historisch Toerisme Bureau organiseerde ze dagtochten op en om Slot Zuylen.
Haar brieven zijn zo levendig en persoonlijk dat Thera Coppens het gevoel had dat ze een echte vriendin had gevonden in de achttiende eeuw.
In de lezing in Zutphen keert de auteur terug naar Slot Zuylen waar ze de rebelse Belle volgt in haar ontwikkeling tot gepassioneerde vrouw die in opstand komt tegen de hypocrisie van haar tijd.

Lezing donderdag 3 december 2026:

drs. Marijke Lemmerman

De powervrouwen in het werk van William Shakespeare

De kracht van de vrouwen in het werk van William Shakespeare ligt niet alleen in hun intelligentie en slimme strategieën om onrecht aan te pakken, maar ook in hun bereidheid zich op te offeren voor de liefde. Een aantal van deze interessante vrouwen, waaronder Portia, Beatrice, Rosalind, Lady Macbeth en Isabel wordt onder het voetlicht gebracht. In Elizabethaanse tijd werden vrouwenrollen in Engeland vertolkt door “boy actors”. Nog meer verwarring ontstaat als deze “vrouwen” zich in diverse komedies vervolgens opnieuw vermommen als man.

Marijke Lemmerman, doctoraal Engelse taal- en letterkunde, is vele jaren als docent Engels werkzaam geweest en een aantal maanden als gastdocent Engelse letterkunde, waaronder het werk van William Shakespeare aan het Centro Culturale Italiano in Buenos Aires. Tegenwoordig geeft ze lezingen in historisch kostuum over de Tudor vorsten Hendrik VIII en Elizabeth I, over Shakespeare in binnen- en buitenland. Verder is ze actief als reisleider van o.a. Tudor- en Shakespeare reizen naar Engeland en als stadsgids in Deventer.